Gemarginaliseerde drogredenen: over het argumentum ad feminam

Claudia Zeller

Tot kort geleden beschouwde ik alles wat met drogredenen te maken had als tamelijk genderneutraal terrein, maar ook hier geldt: blessed are the ignorant. Van de zomer las ik door toedoen van een vriendin een soort feministisch pamflet over pornografie en prostitutie. Zodoende kwam ik in aanraking met het argumentum ad feminam, ofwel de op vrouwen toegespitste variant van het ad hominem.

Terwijl het ad hominem als de oervader der drogredenen te boek staat, kent het ad feminam slechts een bestaan in de marge. Het internet is een goede graadmeter om deze aanname te toetsen. Zo levert de zoekterm ‘argumentum ad hominem’ meer dan 200.000 resultaten op; het argumentum ad feminam daarentegen moet het doen met slechts een tiende daarvan.

Dit volledige gebrek aan sprekende voorbeelden die op internet circuleren is verbazingwekkend. Nu is ‘het internet’, zoals ik mijn studenten Nederlands elke week opnieuw probeer duidelijk te maken, geen bijzonder betrouwbare bron. Toch is het op zijn minst opmerkelijk dat er talloze voorbeelden van het argumentum ad hominem te vinden zijn, terwijl de specifiek vrouwelijke variant, het ad feminam dus, het moet doen met een vermelding op de Wikipediapagina van het ad hominem. Niet alleen heeft iets zonder eigen lemma op Wikipedia tegenwoordig een nogal twijfelachtige ontologische status, ook lijkt het ad feminam hier slechts als variant op de rib van Adam te kunnen bestaan: als afgeleid en niet volwaardig verschijnsel, een bijzaak.

Het zou te makkelijk zijn om de schuld hiervan neer te leggen bij het ad hominem of diens uitvinder. Met andere woorden: we kunnen niet spreken van een intrinsiek anti-emancipatoire aangelegenheid. Ook die aanname is makkelijk te toetsen als je kijkt naar de contexten waarin een ad hominem dan wel een ad feminam wordt gebruikt. Dat het ad hominem ook tegen vrouwelijke deelnemers aan een discussie gericht kan zijn, moge duidelijk zijn. De vraag is of het ad feminam ook tegen mannen kan worden gebruikt. Mocht dat het geval zijn, dat hebben we hier te maken met een drogreden die pretendeert genderspecifiek te zijn, maar het in feite niet is, een soort drogreden in drag.

Het gebruik van het ad feminam is verbazingwekkend simpel en kan in bijna elk geval gereduceerd of geabstraheerd worden tot het idee dat je over onderwerp x niks te melden hebt omdat je een vrouw bent. Een ad feminam dat zich uitsluitend op mannen richt, zou dus mannen het recht van spreken willen ontzeggen puur en alleen vanwege het feit dat ze tot het mannelijke geslacht behoren. Wanneer het dus bijvoorbeeld gaat over zwangerschap, menstruatie, of andere vrouwelijke ergernissen, lijkt zo’n argumentatie op het eerste gezicht wel geoorloofd en redelijk. Toch wordt hierdoor de binaire oppositie man-vrouw in stand gehouden omdat er wordt uitgegaan van een fundamenteel verschil tussen mannen en vrouwen.

De binaire oppositie die tussen het ad hominem en het ad feminam wordt gesuggereerd, kan pas gedeconstrueerd worden als je tegen een man zegt dat hij er niks van mag zeggen omdat hij een vrouw is. Let wel: dit is niet van toepassing wanneer er wordt gezegd dat een man of jongen zich gedraagt als een meisje of vrouw, dus ‘Niet janken, want dat doen alleen meisjes’ valt hier niet onder.

Los van het feit dat ik de uitvinding van nieuwe drogredenen van harte toejuich, voel ik veel voor deze deconstructivistische aanpak. Ten eerste omdat het een drogredelijke uitspraak loskoppelt van discriminatie die zich baseert op aannames die van toepassing lijken te zijn op een hele groep. Deze aanname lijkt op het eerste gezicht misschien tegenstrijdig, omdat discriminatie nou eenmaal baat heeft bij een bepaalde categorisering, meestal van zogenaamde ‘minderheden’, en aan de hand daarvan stereotiepe en denigrerende eigenschappen aan iemand toekent.

Maar geldt eenzelfde redenering niet ook voor het ad hominem? Niet per se. Omdat de oude witte man nog steeds als pars pro toto fungeert, is het klassieke ad hominem niet per se discriminerend. Het is je goed recht om iemand voor domme lul uit te maken, ook al is het niet zo netjes. Het is immers ook geoorloofd om tegen een loodgieter te zeggen dat hij van tomaten telen geen verstand heeft en daarom zijn bek moet houden, ook al is het niet zo netjes.

Gepubliceerd door Mira Sys - 3 maart 2016, 16:08

tags:


reageren

 
---