Ik zeg niets

Bodine Castien

Ik zal niet zeggen dat ik niet goed wist welk stijlfiguur deze keer een plekje in Absint zou verdienen, maar de keuze was ronduit moeilijk. Om nog maar te zwijgen over het grote aanbod aan stijlfiguren. Ik zal niet vertellen hoe ik uiteindelijk een keuze heb weten te maken, maar na wat googelen heb ik maar gewoon de knoop doorgehakt.

Voor wie na het lezen van de eerste alinea nog niet weet over welk stijlfiguur het gaat, zal ik niet zeggen dat ik het natuurlijk over de praeteritio heb. De praeteritio is al sinds eeuwen voor Christus in gebruik en betreft een stijlfiguur die vooral in de retorica bekend is en een grote rol speelt bij het strategisch manoeuvreren.

Snoeck Henkemans (2008) onderscheidt twee typen praeteritio’s. Bij de eerste ontkent de spreker dat hij zichzelf bindt aan een propositie en bij de tweede ontkent de spreker dat hij iets zal vertellen, noemen of ergens over zal spreken. Maar wat is nu het doel van praeteritio? ‘Door een gebondenheid te ontkennen of aan te kondigen dat men een bepaalde taalhandeling niet gaat uitvoeren, wordt de aandacht van het publiek dus al gevestigd op de uitspraak die sprekers of schrijvers zeggen niet voor hun rekening te willen nemen of niet te zullen doen. Vervolgens wordt die uitspraak toch gedaan, maar meestal op zo’n manier dat de tegenstrijdigheid tussen dat wat de spreker zegt te doen en wat hij in werkelijkheid doet, gemaskeerd wordt. Zo kan praeteritio, wanneer deze figuur gecombineerd wordt met specifieke presentatietechnieken, zowel een vorm van benadrukken als een vorm van verbergen zijn’, aldus Snoeck Henkemans.

In Den Haag zijn ze groot fan van de praeteritio. Politici kunnen met deze stijlfiguur namelijk kritiek uiten zonder dat zij hier verantwoordelijk voor kunnen worden gehouden. Ik wil u nu niet vervelen met een reeks citaten, maar de volgende voorbeelden klinken u misschien nog wel bekend in de oren. Ik wil ook niet beweren dat Geert Wilders bekend staat om het gebruik van de praeteritio, maar het internet puilt uit van de citaten van Wilders met deze stijlfiguur. Zo vond hij in 2010 dat het CDA naar zijn mening wel iets té graag wilde regeren en formuleerde dat op de volgende wijze in De Telegraaf: ‘Ik zeg niet dat ze hun moeder verkopen om te gaan regeren, maar ze hebben er wel heel veel voor over om in een kabinet te komen.’ Ook onze premier Mark Rutte is bekend met de praeteritio en had in 2006 het volgende te zeggen: ‘En ik zal niet zo flauw zijn te zeggen dat het de bewindslieden van de PvdA waren, want dat is te gemakkelijk.’

Ook in de literatuur is de praeteritio niet weg te denken. Zo is het volgende citaat er eentje van Charles Dickens uit The Life and Adventures of Nicholas Nickleby uit 1839: ‘Het is in het geheel niet aan mij om te zeggen hoe en in hoeverre het sommige echtgenotes lukt om hun mannen onder de duim te houden, zoals zij doen, hoewel ik een persoonlijke mening koester aangaande dit onderwerp en hoewel ik zou kunnen denken dat geen enkel lid van het parlement getrouwd zou moeten zijn, aangezien drie van de vier getrouwde leden moeten stemmen in overeenstemming met het geweten van hun vrouw (als zoiets al bestaat).’ Met een praeteritio kun je dus overtuigen zonder drogredelijk te zijn, en daardoor draagt deze uitstekend bij aan het retorische én dialectische doel bij het strategisch manoeuvreren. Een handig trucje dus.

Last but not least zal ik niet beweren dat een praeteritio als hoofddoel heeft om te amuseren, maar een betoog wordt er zeker een stuk leuker op. Of een column natuurlijk.

Gepubliceerd door Mira Sys - 3 maart 2016, 16:24

tags:


reageren

 
---