‘Ik heb je bedrogen’: over de zin en onzin van deze uiting

Mira Sys

‘Ik heb je bedrogen.’ Vier woorden die menig mens al veel hartzeer hebben bezorgd. Maar ook vier woorden waar veel verwarring over kan ontstaan. Voor sommige mensen betekenen ze het einde van een zeer mooie relatie, soms zelfs veroorzaakt door een misverstand. Dit was bijvoorbeeld het geval bij Jan de Bakker. Toen hij tegen Marlies de Vis zei dat hij haar had bedrogen, bedoelde hij namelijk helemaal niet dat hij seks had gehad met de babysitter. Integendeel, het was slechts een vluchtig kusje op de lippen geweest, dat een einde maakte aan hun huwelijk. Nu Marlies daar vijf jaar later op terugblikt, zegt ze toch spijt te hebben van haar beslissing. Had ze toen maar begrepen wat haar Jan bedoelde.

De grote vraag die bij dit alles gesteld kan worden: waar komt al die onduidelijkheid vandaan? Een nadere analyse van de uiting zal misschien uitleg kunnen verschaffen. ‘Ik heb je bedrogen’ is een taalhandeling die geplaatst kan worden in de groep van‘beweerders’. Beweerders zijn taalhandelingen waarbij de spreker iets zegt over iets of iemand (in dit geval over zichzelf). Als de spreker een beweerder naar voren brengt, bindt hij zich tot op zekere hoogte aan de waarheid van de naar voren gebrachte propositie. Het is dus belangrijk dat Jan gelooft dat het feit dat hij Marlies heeft bedrogen, op een zekere waarheid berust.

Taalfilosoof John Searle heeft enkele geslaagdheidsvoorwaarden uitgewerkt, aan de hand waarvan we kunnen bepalen of een taalhandeling geslaagd is of niet. Deze uiting (‘ik heb je bedrogen’) is bijvoorbeeld pas geslaagd wanneer aan alle geslaagdheidsvoorwaarden van een bewering is voldaan. In dit geval zijn dat:

1. Jan is niet gehandicapt en kan spreken
2. De uiting heeft inhoud
3. Het bedrog moet al hebben plaatsgevonden, en niet nog op het punt staan plaats te vinden
4. Jan gaat ervan uit dat Marlies nog niet weet dat hij haar bedrogen heeft
5. Jan gaat ervan uit dat Marlies er niet vanzelf achter zal komen dat hij haar bedrogen heeft
6. Jan gelooft oprecht dat hij Marlies heeft bedrogen
7. Jan wil Marlies echt laten weten dat hij haar heeft bedrogen
8. Jan wil ook dat Marlies begrijpt dat hij haar heeft bedrogen

Omdat aan al deze voorwaarden voldaan lijkt te zijn, zou ‘ik heb je bedrogen’ volgens Searles redenering een geslaagde taalhandeling moeten zijn. Maar waar komt dan die verwarring vandaan? Voor een antwoord op die vraag kunnen we terecht bij de maximes van Grice. Grice stelt dat elke conversatie een beginsel van samenwerking tussen de gesprekspartners impliceert, omdat uitingen nooit ‘zomaar’ op elkaar volgen. Om deze samenwerking in stand te kunnen houden moeten de uitingen aan bepaalde voorwaarden voldoen, die Grice maximes noemt. Hij onderscheidt vier maximes: de maximes van kwaliteit, kwantiteit, stijl en relevantie. Als we weer teruggaan naar het voorbeeld van Jan en Marlies, zien Grices maximes er ongeveer zo uit:

1) Maxime van kwantiteit:
a. Jan moet Marlies voldoende informatie geven door te zeggen hoe hij haar bedrogen heeft
b. Jan moet Marlies niet te veel informatie geven door te zeggen hoe lekker die babysitter wel niet was
2) Maxime van kwaliteit:
a. Jan moet niet zeggen dat hij Marlies bedrogen heeft, als hij dat niet zelf gelooft
b. Jan moet niet zeggen dat hij Marlies bedrogen heeft, als hij daar niet genoeg bewijs voor heeft
3) Maxime van stijl:
a. Jan mag niet te vaag zijn
b. Jan moet ambiguïteiten vermijden
c. Jan moet kort zijn
d. Jan moet de informatie in zijn uitspraak logisch ordenen
4) Maxime van relevantie
a. Jan moet ervoor zorgen dat zijn bijdrage ertoe doet

Ondanks dat er hier en daar een overlapping met Searles geslaagdheidsvoorwaarden is, heeft Grice wat nuttigere theoretische informatie over ons huidige vraagstuk. Het is tussen Jan en Marlies vooral misgegaan doordat Jan niet zei op welke manier hij Marlies had bedrogen, en door de vaagheid van de term ‘bedriegen’, die voor iedereen iets anders betekent. Er is dus zowel een probleem met het eerste als met het derde maxime. Had Jan zich dus gehouden aan de maximes van Grice, dan was alles duidelijk geweest voor Marlies. Een aanrader voor de toekomst dus!

Marlies denkt er na deze analyse ernstig over na om Jan weer in huis te nemen. ‘Het werpt opeens een heel nieuw licht op de situatie,’ vindt ze. Moraal van het verhaal: voor een huwelijkscrisis kunt u altijd bij Absint terecht.

Gepubliceerd door Mira Sys - 3 maart 2016, 17:13

tags:


reageren

 
---