Absint met… Daphne de Heer

Stephanie Heijtel

In de rubriek ‘Absint met…’ neemt Stephanie Heijtel samen met een figuur uit de neerlandistiek – prominent of niet – het nieuws van de afgelopen twee maanden door. Wat is er gebeurd sinds de vorige Absint verschenen is? Tevens probeert Stephanie enkele profetische uitspraken te ontlokken. In dit nummer Daphne de Heer, directrice van Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam.

Dinsdagavond 18:00 uur. Ik stap met een goedgevulde fles absint het appartement van Daphne binnen. Het loopt tegen kerst, maar bij haar geen overdreven kerstversiering. Wel word ik hartelijk begroet door twee katten. Daphne bekijkt de meegebrachte fles enthousiast. ‘Fijn! Dan is er voor de politie bewijsmateriaal als we het niet overleven. Ik heb nog nooit absint op, maar laten we het proberen.’ Na de eerste slok: ‘Tering Jantje, wat een goed spul. Zo kom ik de kerst wel door. Ik kan me voorstellen dat je geen organen meer overhoudt als je dit elke dag drinkt, maar tot die tijd… Ik vind het nog best lekker!’

Ik steek van wal. Sinds 2009 is Daphne werkzaam bij Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (kortweg SLAA), vanaf 2010 in de hoedanigheid van directrice. Ik vraag haar hoe ze hier terecht is gekomen.

‘Dat ging eigenlijk via Lisa Kuitert, bij wie ik ben afgestudeerd. Na mijn studie begon ik in eerste instantie met freelancen: voor uitgevers werken, wat tijdschriftjes oprichten en weer ter ziele laten gaan. Dat soort zaken. Dat vond ik fijn. Na een jaar of zeven, acht, belde Lisa me op: “Joh, er komt een vacature vrij bij de SLAA, en dat leek me écht iets voor jou.” Ik zei toen dat ik daar helemaal geen zin in had. Ik ben een geboren freelancer, ik hou van mijn vrijheid en ben helemaal niet van de kantoorbanen. Bovendien vond ik de SLAA toen een beetje een ouwelullenclub. Daar nam Lisa geen genoegen mee, we zouden tóch een kopje koffie drinken. Tot zover mijn assertieve poging. Bij dat kopje koffie pakte Lisa helemaal uit: er was volgens haar toch echt maar één iemand die de SLAA kon redden, en ja, ik hád helemaal gelijk, maar dan kon ik er toch wat leuks van maken? Ik vond dat ze daar wel een punt had: je kan wel klagen over iets wat je niet leuk vindt, maar je kunt dat ook zelf veranderen. En zó’n kantoorbaan was het nu ook weer niet. Dus toen heb ik toch maar een brief geschreven en werd ik het tot mijn schrik uiteindelijk ook nog.’

Ze neemt een slok absint en vervolgt: ‘Ik denk dat de SLAA nu wel een stuk meer naar deze tijd is gehaald. Ik probeer programma’s te maken die voor iedereen zijn, niet alleen voor een klein clubje intellectuelen. Natuurlijk moet je reëel zijn, en is literatuur vaak nog altijd voor de happy few, maar bij een programma als ‘Noorderwoord’ zie ik ook publiek uit Tuindorp Oostzaan, en dat zie je niet veel. Daar word ik dan heel blij van: dat de Tinies en Lenies ook komen en het gewoon heel leuk vinden. Wat dat betreft denk ik dat je niet méér kunt slagen binnen het spectrum van dat wat je doet: literatuur.’

Verder met het nieuws. Daphne vertelt dat ze vooral een app-swiper is. ‘Ik scharrel mijn nieuws bij elkaar via mijn appjes. Daar sta ik mee op en ga ik mee naar bed. M’n krant heb ik eruit gegooid. Alleen in het weekend koop ik ze allemaal voor de boekenbijlage, omdat dat toch mijn werk is. Met die appjes merk ik wel dat ik me vaak niet meer precies kan herinneren wat ik allemaal heb gelezen. Dat is het grote nadeel van nieuws sprokkelen: je bent het heel snel weer kwijt. Ik neem de laatste jaren ook wat meer afstand van het nieuws. Ik ben iemand die zich heel erg van alles gaat lopen aantrekken en het nieuws is daarom helemaal niet goed voor m’n bloeddruk. Ik lees dan liever een boek. Dan weet je ongeveer hetzelfde, maar dan doorvoeld, vanuit de mens. Je kan het nieuws wat meer duiden.’ Ze nipt van haar absint. ‘Dit spul is echt fucking heet. Echt, ik sta in de fik jongen!’

‘Ik lees het nieuws ook wel op persoonlijke interesse. Omdat ik met de SLAA in Noord zit, viel me vandaag bijvoorbeeld op dat er binnenkort waarschijnlijk twee bruggen over het IJ gebouwd gaan worden. Ook lokaal nieuws vind ik stiekem heel fijn, maar mijn grootste secret pleasure is Donald Trump. Ik heb een soort obsessie voor het feit dat macht altijd in handen van de verkeerde mensen komt te liggen. Ik vind dat een beul geen plezier mag beleven aan zijn werk. Zoiets zei Harry Mulisch ooit, en dat is een van de weinige dingen die ik met hem deel, want verder kon ik hem niet heel goed hebben. Je moet geen beul hebben die uit sadisme mensen vermoordt. En dat geldt ook voor machthebbers: ze mogen niet op macht kicken. Dan ben je voor all the wrong reasons een “macht hebber”, en niet iemand die een soort nobele verplichting voelt zijn talenten in dienst te stellen van iets groters.’ Ze vertelt verder: ‘We leven in een tijd waarin er steeds meer ruimte komt voor megalomane gekken en waarderen dat ondertussen ook nog: mensen verwarren psychopaten voor leuke, eigenwijze selfmade men. Zo iemand heeft alleen toevallig een carrière aan de goede kant van de wet gekozen. Het fascineert mij altijd enorm hoe zoveel mensen dat kunnen toejuichen.’

Daphne denkt even na en concludeert dan: ‘Uiteindelijk kun je nog in het best in een democratie als de onze leven, die van een soort laffe halfslachtigheid aan elkaar hangt. Neem bijvoorbeeld dat Teeven-briefje: er komt een motie van afkeuring, iemand zegt misschien net een beetje sorry en dan zijn we weer klaar. Ik heb dat debat live met een vriend gevolgd en we hebben ons gigantisch zitten opwinden over alles. Het was een fascinerend schouwspel. Maar ook weer van een onbeholpenheid en niet-doortastendheid…’ Ze slaakt een diepe zucht. ‘Ik snap het ook wel. Ze zijn in dat kabinet natuurlijk allemaal als de dood dat Wilders ervandoor gaat met de stemmen. Dat is ook interessant aan deze tijd: dat er in Europa allerlei leiders opkomen die er een nogal – op z’n zachtst gezegd – rechts denkbeeld op nahouden, en dat alle andere partijen daar heel conservatief en bang van worden. Ik denk altijd: laat maar uitzweren. Als er zo’n etterbult in de maatschappij zit, dan moet hij ook maar bovenkomen en springen. Wees niet bang en laat Wilders gewoon met dertig zetels proberen een coalitie te vormen, en überhaupt dertig competente mensen bij elkaar zien te krijgen. Wees niet zo laf en wees niet zo bang, en neem het ook gewoon serieus als die etterbult er zit. Je kunt niet alleen maar wijzen, dat het Wilders’ schuld is en dat al die mensen dom zijn. Die mensen zijn niet dom, maar wel gruwelijk teleurgesteld in de politiek.’

Later komt Daphne nog terug op het Teeven-debat. ‘Mijn punt is eigenlijk: we leven in een tijd waarin niemand nog écht verantwoordelijkheid durft te nemen voor iets, en daar de consequenties van durft te dragen. Dat niemand voor z’n eigen functioneren gewoon eens lekker “sorry” durft te zeggen. Ik denk dat de wereld er voor iedereen veel beter uit zou zien als juist de mensen op sleutelposities laten zien dat fouten maken mag. Want voor je het weet ga je geloven in een maatschappij waarin geen fouten meer gemaakt mogen worden. Je voelt al een beetje dat dat zo is: alles moet goed gaan, met jou moet het goed gaan en alles wat je doet moet direct een succes zijn, direct deelbaar zijn als succes. Wat een onzin, we lopen allemaal net zo te oenen als dertig jaar geleden. Maak je maar geen illusies.’ De absint vloeit intussen rijkelijk. ‘Het is écht superheftig spul, echt te gek! Ik ga het gewoon meenemen naar m’n ouders!’

Door naar het literaire nieuws. In de week voorafgaand aan ons gesprek is bekend gemaakt dat de P.C. Hooftprijs 2016 aan Astrid Roemer is toegekend. Ik vraag Daphne wat ze hiervan vindt. ‘Tsja, ik vond het fantastisch voor haar, maar ik heb me geen seconde kunnen onttrekken aan de indruk dat dit een politieke keuze is geweest. Ik ben wel een oude zeikerd, hè, maar ik vind het jammer dat het niet intrinsiek in jury’s zit om breed te denken en een beetje uit het eigen blanke, intellectuele wereldje te stappen. Zulke jurygesprekken worden vaak op een vrij postkoloniaal niveau gevoerd, waarbij het eigen kwaliteitsbegrip hélemaal voorop staat en alles wat daarvan afwijkt, nou ja, een beetje als inferieur wordt beschouwd.’

‘Sowieso komen we nog weinig in aanraking met teksten die ons echt helemaal vreemd zijn. We lopen als een kudde schapen mee met wat we al kennen, waar we ons thuis bij voelen, waarmee we ons kunnen identificeren. Maar hoe heerlijk is het om je juist ook eens in te laten met iets wat je helemaal niet kent. Iets waar je misschien van denkt: dit vervreemdt me, dit verwart me en ik weet helemáál niet of ik hier iets mee heb, maar ik zie wel het belang ervan in en dit moet er ook zijn. Er ligt internationaal gezien nog zóveel: hele segmenten, landen, continenten die zich nog aan ons moeten openbaren. Nu ook allerlei taalopleidingen wegvallen wordt dat natuurlijk helemaal een zorg. Hoe houd je hier dan de mondiale literatuur in leven? Ik kan heel ongelukkig worden bij het idee dat ik geen boeken meer uit het Pools, of uit het Tsjechisch kan lezen, en dan hebben we het nog over Europa. Daarbuiten hebben we het over hele gebieden waaruit we überhaupt nauwelijks boeken lezen. Dáár moeten we een lans voor breken. Anders word je heel navelstaarderig en verklein je je betrokkenheid bij de rest van de wereld enorm. Als je de verhalen van een ander niet leest, kan je je ook niet inleven.’

De fles absint is aan het eind van de avond aanzienlijk leger. ‘God, wat een spul, man. Je gaat er onwijs van lullen. Ik hoor mezelf. Ik was niet toerekeningsvatbaar tijdens dit interview!’

Biografie

Naam
Daphne de Heer

Geboortejaar
1972

Geboorteplaats
Leiden

Woonplaats
Amsterdam

Burgerlijke staat
Ongebonden

Opleiding
Nederlandse taal- en letterkunde, UvA

Gepubliceerd door Mira Sys - 29 maart 2016, 22:14

tags:


reageren

 
---