Better de bûk barsten, as it goeie iten bedoarn

Carlijn Borsboom

1. Inleiding
Wij hebben onderzoek gedaan naar het leefpatroon van studenten en de invloed van voeding op hun grammaticale vaardigheden. Onze verwachtingen hierbij waren dat hoe ongezonder de voedselinname was, hoe slechter de grammaticale vaardigheden van de studenten werden. In paragraaf 2 zullen wij onze methode uiteenzetten. Paragraaf 3 bevat onze resultaten. We sluiten in paragraaf 4 af met een suggestie voor vervolgonderzoek.

2. Methode
Voor ons onderzoek hebben we een groep van 29 studenten een week lang vastgehouden in een kampeerboerderij in Friesland, om zo de invloed van omgevingsfactoren als bijvoorbeeld ouders uit te kunnen sluiten. De boodschappen werden vooraf gedaan. Omdat er geen supermarkten in de buurt waren, waren wij in staat de voedselinname goed te reguleren. De onderstaande tabel geeft een overzicht van het voedsel dat ingekocht is. Links wordt het product vermeld, rechts het aantal dat hiervan is ingekocht. Het avondeten is voor het gemak als één categorie beschouwd.

Tabel 1: inkopen

Broden: 13 stuks
Eieren: 124 stuks
Zoetigheden: 30 consumpties
Zoute versnaperingen: 25 zakken
Alcoholische consumpties: 400 consumpties
Avondeten: 2 maaltijden

De keuken was open waardoor de deelnemers zelf het eten konden pakken om zo het natuurlijke karakter te stimuleren. De proefpersonen werden gedurende het hele weekend geobserveerd. In de volgende paragraaf zullen wij onze observaties bespreken. Wegens risico op imagoschade, houden wij de proefpersonen anoniem.

3. Resultaten Er werd vooral ontbeten met brood en ei. Over het algemeen werd om circa drie uur ‘s middags gezond geclassificeerd voedsel genuttigd. Daarnaast werd er overdag veel sap en water gedronken. Dit is te verklaren aan de hand van de hoeveelheid alcoholische consumpties die de avond ervoor werden genuttigd. Uit eerder onderzoek is gebleken dat alcohol ervoor zorgt dat het lichaam zin heeft in vitaminen en ook in vet. Wat betreft de alcoholische consumptie: die begon over het algemeen ná drie uur ‘s middags. Hierin is een grote spreiding te zien die veroorzaakt wordt door één van de proefpersonen, die al om 12 uur ‘s ochtends begon met het consumeren van whisky. Om 1 uur ’s middags waren drie mensen hem gevolgd. Groepsdruk, ofwel peer pressure is hiervoor een mogelijke verklaring. Naarmate de dag en de nacht vorderde, werden er steeds meer ongezonde producten genuttigd. Om een uur of één ‘s nachts werd dan weer een piek in gezonder voedsel waargenomen: de proefpersonen gingen op dit tijdstip massaal aan het brood met kaas en ei. Vervolgens werden de restjes chips, chocola en alcohol opgemaakt. Tabel 2 brengt de bevindingen schematisch in kaart. Het gaat hier om het gemiddeld aantal consumpties per persoon.

Tabel 2: consumpties

Tijdstip———————Aantal ongezonde consumpties——————-Aantal gezonde consumpties
10:00 – 14:00————————————2————————————————————————7
14:00 – 18:00————————————3————————————————————————5
18:00 – 20:00————————————4————————————————————————4
20:00 – 24:00————————————20———————————————————————-2
24:00 – 04:00————————————15———————————————————————-0

Na het bestuderen van deze tabel, zouden we verwachten dat hoe later op de dag het was, hoe minder grammaticaal de taaluitingen werden. Helaas blijkt dit niet uit onze bevindingen. Grammaticaal waren de taaluitingen correct. Wel blijkt dat semantisch gezien er soms vreemde taaluitingen geproduceerd werden. Hieronder geven wij hier enkele voorbeelden van:

‘Ik ben in strijd met mijzelf.’
‘Ik ben een koala.’
‘Eumeleut met teumeut.’
‘Bart is een kinderbueno.’
‘Ik heb nog een heleboel in mijn achterste.’
‘Zij kijkt echt alsof ze iemand moet executeren op de elektrische stoel en zoiets heeft van: nou ja, het moet maar.’
‘Heb jij mij toevallig vannacht vermoord?’
‘Ik heb een acute dwarsleasie.’

Opvallend genoeg werden de uitspraken semantisch onduidelijker hoe verder de avond vorderde.

4. Vervolgonderzoek Bovenstaande resultaten zouden erop kunnen wijzen dat het consumeren van ongezond voedsel geen invloed heeft op de grammaticale vaardigheden, maar juist op de semantische lading van taaluitingen. Vervolgonderzoek zou zich dan ook op dit aspect kunnen richten. Overigens leken de proefpersonen de onderzoeksmethode erg leuk te vinden en zij waren dan ook zeer bereid om mee te doen. Een suggestie voor verder onderzoek is wel dat de onderzoekers zelf zich beter kunnen onthouden van de alcoholische consumpties. Wij denken dat er hierdoor objectievere resultaten bereikt kunnen worden.

Gepubliceerd door Mira Sys - 2 mei 2016, 10:06


reageren

 
---