Verplicht leesplezier

Lotte Krakers

‘Er is iets mis met de Nederlandse literatuur,’ ratelt de flitsende dertiger van het YouTube-kanaal Vlogboek. In een mum van tijd weet hij de kijker te vertellen dat er te weinig fantasy-boeken beschikbaar zijn voor op de literatuurlijst – een feit dat zijn jeugdige kijkers ‘vast wel opgevallen is’. In amper zes minuten komt de YouTuber met een aantal literaire alternatieven om dit gemis in de leeslijst op te vullen. Maarten ’t Hart met Het woeden der gehele wereld, bijvoorbeeld – een spannend coming of age-verhaal, maar echte fantasy? Nee, dat niet.

Waarom ‘hoort’ dat nou eigenlijk niet, vampiers en reuzen op de leeslijst? Een middelbare scholier ontkomt bij het opstellen van zijn leeslijst moeilijk aan de canon: een lijst met klassiekers waarin geen plaats lijkt te zijn voor genres als fantasy of de autobiografie, en dit terwijl deze misschien wel met meer plezier gelezen worden dan de avonturen van Droogstoppel en Frits van Egters. Vanuit didactisch opzicht een lastige kwestie, want wat staat er in het literatuuronderwijs nou voorop? Het leesplezier van leerlingen, of het haast Bildung-achtige ideaal studenten te verplichten tot de grote titels?

Een heikel punt, deze controverse rondom het lezen van literatuur op middelbare scholen. Begin dit jaar werd de literatuurlijst door auteurs als Christiaan Weijts en Kluun ter discussie gesteld. In deze aanval op het canonieke lezen werd het literatuuronderwijs als achterhaald en stoffig bestempeld: leerlingen verplichten bepaalde titels te lezen is volgens Kluun het paard achter de wagen spannen. Weg met die canon, aldus deze auteurs– dat fantasyboek, en dus ook de in dit licht omstreden romans van Kluun, moeten kunnen, mits ze goed verantwoord worden. Op deze manier pleitten de mannen voor een nieuwe benadering van het lezen: de leerling krijgt, met behulp van moderne middelen als het YouTube-kanaal van Vlogboek, de kans zijn eigen smaak te ontwikkelen. ‘Laat dit het jaar van het lévende boek worden, waarin jongeren elkaar via apps of webportals hun opwindendste boeken aanraden. Fuck de canon. Lezen is vrijheid, avontuur,’ volgens Weijts.

Ook lerares Esther Tros, docent Nederlands op het Bonhoeffer College in Castricum, beaamt dat het lezen voor de literatuurlijst door weinigen als vrijheid of ontspanning wordt gezien. ‘Na de mondelingen in havo-5 die ik dit jaar afnam verklaarden sommige leerlingen nooit meer een roman voor hun plezier te zullen lezen. Als docente doet dit mij toch een soort verdriet.’ Ondanks al het leesleed dat haar leerlingen wordt aangedaan staat Tros positief tegenover de literatuurlijst. Literatuur zorgt er in haar optiek voor dat er wordt nagedacht over de abstractere zaken om ons heen. Ook zou de vervreemdende werking die romans op lezers kunnen hebben het abstractie- en inlevingsvermogen van leerlingen kunnen trainen. Al dat zwoegen van haar leerlingen is dus niet voor niets – de verantwoording van het lezen van klassiekers zou in dit licht een vorm van de negentiende-eeuwse Bildung zijn: de vervolmaking van studenten door literatuurstudie. Ook toen al werd het lezen van literatuur gezien als een van de middelen tot zelfontplooiing.

In het samenstellen van hun leeslijst hebben de leerlingen van Tros niet geheel de vrijheid waar Kluun en Weijts voor pleiten. ‘In principe mag een leerling zijn docent elke roman van Nederlandse origine voorleggen, mits het niveau van de roman correspondeert met het leesniveau van de leerling in kwestie. Dit niveau bepalen wij aan de hand van de website lezenvoordelijst.nl. ‘ Het doel van deze onderverdeling van romans in niveaus is dat de leerling een ontwikkeling doormaakt als lezer gedurende de jaren dat hij in de bovenbouw zit. Een ontwikkeling tot een betere lezer, maar misschien ook wel tot een beter, ‘gebildet’, mens. Geen Carry Slee voor een examenleerling dus.

De manier waarop literatuur onderwezen wordt is, in tegenstelling tot haar nog negentiende-eeuws aandoende verantwoording, aan verandering onderhevig. ‘Het leven gaat sneller, en het is ondoenlijk om leerlingen de dikke romans van Bosboom-Toussaint te laten uitpluizen,’ vertelt Tros. ‘We proberen de leerling literatuur te laten ervaren, in plaats van het ze door de strot te duwen.’ Digitale middelen dragen bij aan die beleving. Zo maakt de app Vogala het Middelnederlands weer levendig en zijn er YouTube-filmpjes ter illustratie van romans, om zo het leesplezier te vergroten. Ook de literatuuranalyse zelf wordt op een minder stoffige manier onderwezen: ‘Het analyseren van literatuur probeer ik mijn leerlingen te leren aan de hand van grappige, verrassende of indrukwekkende verhalen, zodat vaktermen aan iets positiefs verbonden kunnen worden.

’Leesplezier en de vorming van leerlingen. Of die twee te verenigen zijn is nog maar de vraag: misschien hoeft literatuur helemaal niet plezierig te zijn om er (levens)lessen uit te leren. Ondanks de inspanningen van Weijts, Kluun en VlogBoek duurt het vast nog een poos voordat leerlingen fantasyromans mogen lezen voor een cijfer, maar tot die tijd proberen docenten het hun leerlingen in ieder geval zo leuk mogelijk te maken. Het lezen zelf blijft waarschijnlijk even moeilijk: een strijd om persoonlijke ontwikkeling die de leerling zelf uit moet vechten.

Gepubliceerd door Mira Sys - 8 juni 2016, 15:24

tags:


reageren

 
---