Tussen de barbaren en de oerknal

Lodewijk Verduin

Vijftien bundels, meer dan achthonderdvijftig gedichten, twee revolutionaire bloemlezingen en twintig jaar baanbrekende muziekjournalistiek: Elly de Waard (1940) heeft een veelzijdig en omvangrijk oeuvre op haar naam staan. Decennia na haar eerste publicaties verschijnt een volgende bundel: ‘In die tijd die’ (2016). Met elk boek lijkt De Waard te bewijzen dat zij over een uitzonderlijk uithoudingsvermogen beschikt; de vraag is voor de lezer vooral of het werk van elkaar te onderscheiden is of dat er sprake is van één voortdurende exercitie.

Met ‘Het jasje van David Bowie’ (2015), de bloemlezing van haar popkritieken en interviews, bewees Elly de Waard wat mij betreft dat haar uniciteit zich niet door de toenemende kwantiteit laat verdringen. Sommige stukken blinken bijna dertig jaar na dato nog steeds uit: haar gewaagde analyses en uitzonderlijke keuzes maken het journalistiek werk ook historiserend zeer interessant. De Waard laat zien dat zij binnen het Nederlandse kunstgebied graag de primeur opzoekt: niet alleen was zij een van de eersten die popmuziek op waarde schatte door artistieke grootheden als David Bowie, Leonard Cohen en The Rolling Stones uitgebreid te interviewen en door serieuze analyses op teksten en nummers los te laten, ook is zij wat betreft feministisch activisme in retrospect vroeg bezig geweest met de vrouwelijke stem en institutioneel seksisme – onderwerpen die nu nog steeds relevant zijn.

Bij een vijftiende bundel kan de lezer zich afvragen of het dichtwerk ook nog onderscheidend kan zijn. In eerste instantie lijkt de bundel goed aan te sluiten bij eerder werk: de vorm van de verzen geeft blijk van een overweldigend enthousiasme over de veelheid van poëtische mogelijkheden. De Waard mengt aandachtig aspecten van klassieke en moderne, vormvaste en experimentele poëzie: zij gebruikt hymnen en raps, ze speelt met ritme en ze rijmt. De dichter kiest niet tussen klassiek en modern, conventioneel of experimenteel — in haar gepassioneerdheid brengt ze alles wat haar bevalt samen. Dit zorgt voor een vrij eclectische bundel met aparte vondsten. Vrije verzen met metrisch rijm ertussen worden als vanzelfsprekend afgewisseld met uiteenlopende verslengten en afwijkende ritmes. Een dergelijke veelvoudigheid wordt snel clownesk: het gevaar is dat een dichtbundel een reeks kunstjes wordt. Bij De Waard voelt de veelzijdigheid echter natuurlijk. Geen van de afwijkingen voelt als een ingreep, eerder als een enthousiasme over de grote hoeveelheid talige en ritmische mogelijkheden. De dichter gaat nooit te ver en verlaagt zich niet tot gimmick-niveau. Wel leiden de botsingen soms tot interessante spanningen of vermakelijke vondsten; gepaard met het taalgevoel en de oplettendheid van De Waard resulteren deze collisies regelmatig in onderhoudende gedichten, die zonder dat zij erg onderscheidend zijn qua vorm toch speels en veelzijdig kunnen zijn. Hoewel gesteld kan worden dat dit spel met traditie en vorm kenmerkend is voor het schrijven van Elly de Waard, mondt het ook in deze bundel uit in een zekere frisheid. Zelfs na vijftien bundels weet zij een collectie te schikken en componeren als een boeket; speels en zakelijk, flauw en scherp bewegen langs elkaar heen en laten subtiel hun sporen achter.

De thematische lijnen van de bundel contrasteren echter hevig met deze wispelturigheid. Deze bundel onderscheidt zich expliciet van haar voorgangers en tijdgenoten: in ‘In die tijd die’ neemt De Waard expliciet positie in. De stellingname is alleen allesbehalve rationeel of voorzichtig: in veel van de politiek-getinte gedichten ronkt de dichterlijke stem van woede, ontzetting en wanhoop. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in het derde gedicht van de bundel, het titelgedicht:

In die tijd (die van alle tijden is)
dat het gepeupel, verenigd door haat
geloof, dogma, de zucht naar geld of
alleen maar om iets te doen te hebben
de ander tegen de grond trapte, de
tanden uit de mond sloeg, in stukken sneed
en in een vuilniszak begroef in een
citroengaard — of gewoon op straat liet liggen

Vroeg in de bundel haalt De Waard zonder aarzeling uit. Voor mij getuigen dit soort regels van een bepaalde noodzaak. Waar vormexperiment of taalspel ook knutselwerk kunnen zijn, wijst politieke poëzie op een verlangen naar verandering. ‘In die tijd die’ bewijst geen lege toevoeging aan een uitdijend oeuvre te zijn: de bundel onderscheidt zich door expliciet te zijn en blijk van urgentie te geven. De Waards politieke dichten wordt vooral opgewekt door actualiteit. Het aangehaalde gedicht richt zich op religieuze fanatici, gewelddadigen en dogmatici, maar de bundel bevat ook enkele gedichten over de MH17-ramp en internationale conflicten. Opmerkelijk is hoe dit engagement haar aanwakkeraar volgt in de vorm: nieuwsreportages, televisie en internet zijn incoherent of incompleet — De Waards engagement is abstract. Zij schrijft over angst, over ‘gepeupel’ en algemene barbarij, maar direct wijzen of aanpakken doet zij niet. Het is allesbehalve verwerpelijk om abstract te blijven; eerder is het een prachtige illustratie van 21e-eeuwse distantie en engagement. De dichter wil begrijpen en voelen, maar wordt op een bepaalde manier overweldigd door de hoeveelheid prikkels, informatie en leed; niet alles kan duidelijk behandeld worden, niet alles ligt binnen het bereik van de dichter. Op een ander niveau geven de gedichten soms blijk van wijkend vertrouwen. De Waard schrijft over het meemaken van de Tweede Wereldoorlog en dat zij vreest voor een volgende. De pessimistische, misschien wanhopige toon is ook voelbaar in de exemplarische slotregels van ‘In die tijd die’:

Berg je nu het nog kan, want wie gesteld
is boven ons is machteloos en arrogant
en zal alleen zichzelf trachten te redden

Deze regels drukken de angst en de gerechtvaardigde paranoia uit die door deze bundel waren. De dichter is gevoelig voor indrukken en kanaliseert sensaties en bedenkingen in deze poëzie. Het resultaat is een worsteling met leed, veroorzaakt door abstracte vijanden.

De boeiendste spanning in deze bundel is het contrast tussen deze frustratie en angst en de monumentale verwondering die de dichter ten opzichte van natuur en heelal voelt. ‘In die tijd die’ bevat uiteenlopende reflecties op de grootte van het heelal en de complexiteit van natuurlijke processen: lyrische odes aan de zon, bespiegelingen op het getal pi en notities over zwarte gaten zijn hier voorbeelden van. Waar de dichter in de politieke gedichten een actor is, een individu dat tot schrijven wordt aangezet door wat zij ziet, is zij in deze gedichten een observator. Het contrast is boeiend: de machteloze woede tekent zich nog sterker af tegen de achtergrond van acceptatie, interesse en verwondering. De Waard lijkt het aardse leed bijna tegenover een onverwoestbare natuurlijke transcendentie te plaatsen. De lezer wordt tegelijkertijd met de intensiteit van leed als de nietigheid van het bestaan geconfronteerd, met de onmacht van de mens als wel de vindingrijkheid en het talent van de wetenschappers die de natuur en het heelal in kaart proberen te brengen. Elly de Waard ontsnapt absoluut niet aan wat zich aandringt, maar lijkt wel te zoeken naar een bepaalde berusting in het oneindige, het bijna onvoorstelbare.

Deze polaire verhouding brengt interessant talig spel mee. De Waard past haar taal verfijnd aan haar boodschap aan: over politiek schrijft zij als met een hamer, over het heelal schrijft zij met de stem van feitelijkheid. Deze registerwisselingen leveren botsingen tussen lyriek, preek en didactiek op. Van het ene gedicht op het andere schrijft De Waard als een populairwetenschappelijk natuurkundig tijdschrift:

Als wij aannemen dat het heelal een
gesloten systeem is, bepaald door zijn
oneindigheid, dan zal het, zoals alle
gesloten systemen, onderhevig zijn
aan de wet van het behoud van energie

Terwijl zij in andere gedichten krachtige lyrische beelden durft te gebruiken:

regenen zij neer
brandend als vuilnis
in de bittere geur
van hun verkruimeling

Op het gebied van register is er een bijzonder contrast in deze bundel te vinden. Door het ontbreken van een talig keurslijf, vloeien deze registers achteloos door elkaar heen, wat zorgt voor associaties en betekenisoverdrachten die bijdragen aan de rijkheid van deze veelzijdige bundel.

De Waard speelt met haar materiaal en taal zonder te streven naar eenheid: zij kiest niet, omdat zij niet hoeft te kiezen. Het resultaat is een bundel die gereserveerd en nieuwsgierig is maar tegelijkertijd op springen staat, geschreven in registers die verschillende botsende spectra van moderne omgangstaal aanhalen en toe-eigenen. ‘In die tijd die’ is een bundel die trilt van plezier, boosheid en oplettendheid. Ook na de vijftiende bundel is De Waards werkwijze nog niet verschraalt. ‘In die tijd die’ laat zien dat ontwikkeling en vernieuwing nog altijd gepaard gaan met aandachtigheid, oplettendheid en wat durf. Elly de Waard heeft hiermee opnieuw een frisse en aparte bundel geschreven.

Titel: In die tijd die
Auteur: Elly de Waard
Uitgeverij: De Harmonie
57 pagina’s
€15,90

Gepubliceerd door Mira Sys - 18 oktober 2016, 10:55

tags:


reageren

 
---