Absint 5

Gepubliceerd door Yves Otten - 24 april 2013, 09:57

tags: , ,

reageren


Ontbijten met Lucky Fonz III

Daan Doesborgh/ Absint 5

Al bij het binnenkomen van zijn appartement krijgen we van Lucky Fonz III de eerste primeur. “Ik ben bezig met een nieuw project. Mensen in mijn huis uitnodigen. Er komt hier namelijk nooit iemand, jullie zijn een soort proefkonijnen. Kun je de rommel straks ook wegphotoshoppen?” We drinken koffie uit een plastic bekertje en mangosap uit een NCRV-mok. “O, dat had ik misschien beter andersom kunnen doen.”

“Je hebt van mijn manager doorgekregen dat je geen vragen mag stellen waar ‘zich verhouden tot’ in voorkomt he?” vraagt hij na een blik op mijn aantekeningen. “Dan is het interview meteen afgelopen, dan mag je niet eens je Smacks opeten.” Ik vraag hoe het Nederlandstalige album Hoe je honing maakt, dat uitkwam in 2010, zich verhoudt tot de drie Engelstalige albums die hij daarvoor uitbracht. Gaat hij nu Nederlandstalige muziek maken, of was het een uitstapje? “Ik ben heel vaak op tournee in het buitenland, en daar zing ik die Nederlandse nummers niet. Ik werk nu weer aan een Engelstalig album, want ik kan op die tournees natuurlijk niet met oud werk aankomen. Maar het is ook een beetje op verzoek van mijn fans, veel van mijn Nederlandse fans vroegen of ik weer een Engelstalig album wilde maken.” De twee nieuwe nummers die we te horen krijgen zijn veelbelovend. “Dit wordt een solide plaat, heel folky, zonder band. De keuze voor met band of zonder vind ik eigenlijk ook ingrijpender voor de sound dan de keuze voor Nederlands of Engels, dat zijn toch talen die dicht bij elkaar liggen.”

“Er komen ook een paar politieke nummers op denk ik.” Lucky Fonz III schreef zijn scriptie over Bob Dylan, gaat hij nu dan ook zelf protestsongs schrijven? “Ik geloof niet dat je rationeel kan argumenteren in muziek. Noem mij een nummer dat een heldere, rationele boodschap over probeert te brengen. Die zijn er niet. Maar de politiek biedt me wel een sterke bron van frustratie, en dat is altijd goed bij het schrijven van nummers. Het is een denkfout om te veronderstellen dat er omdat je een publiek hebt ook door dat publiek wordt geluisterd naar wat je zegt. Kunst is voor mij subrationeel, je kan geen boodschap uitdragen, het is niet moreel of amoreel, maar je kan mensen wel schoonheid bieden, en uiteindelijk is dat het laatste waar mensen nog aan antwoorden. Zelfs geld gaat uiteindelijk om schoonheid, want geld is een waardepapier voor een hoeveelheid goud, en goud is zo waardevol omdat we het mooi vinden. Schoonheid is de allerlaatste valuta. Maar als mensen uiteindelijk alleen antwoorden aan schoonheid, komt je boodschap dus vanzelf toch over. Uiteindelijk zijn het de kunstenaars die het beleid bepalen. Om met Shelley te spreken: poets are the unacknowledged legislators of the world.”

Aan dat principe, het feit dat muziek subrationeel is en geen rationele argumentatie kan bevatten, ontleent hij vervolgens een opvallende conclusie. “Geert Wilders is dus eigenlijk een dichter. Hij bedient zich ook niet van rationele argumentatie, en vertelt mensen dingen die ze graag horen. Politiek gaat over in discussie treden en oplossingen vinden, dus het is geen politiek wat hij bedrijft. In feite ligt het dichter bij poëzie.”

Het is een prachtige ochtend in maart dus we verhuizen met ontbijt en al naar het balkon. “Ik blijf altijd op zoek naar nieuwe dingen om te doen. Dat is denk ik ook waar muziek over gaat; je bent onderweg ergens naartoe, en het maakt niet uit of er op de plek waar je aankomt al eens iemand is geweest, zo lang jij er zelf maar op eigen kracht voor het eerst gekomen bent. Dat vind ik dus een beetje jammer aan bijvoorbeeld dat nieuwe album van Leonard Cohen. Hij klinkt als Christian Bale’s Batman, dat geforceerd lage grommen. De nummers zijn zo gemixt dat zijn stem heel erg op de voorgrond komt te staan, waardoor het verandert in een soort stemfetisjisme. Een soort vereren van zo’n stem. Het is een oude man met een lage stem, hetzelfde geldt voor Tom Waits en ook dat postume album in de American Recordings van Johnny Cash. Toen hij met die reeks begon was het nieuw, hij was op dat punt uitgekomen en maakte iets eigens. Maar bij Cohen is het een herhaling van iets dat al gedaan is. Er zit geen progressie in. Ik zou overigens wel nog steeds gaan kijken als hij in Nederland optreedt hoor, hij is een meesterlijke tekstschrijver. Beter dan Dylan, denk ik steeds vaker. Bij Dylan vind ik dat trouwens minder, dat stemfetisjisme. Hij doet ook al een hele tijd min of meer hetzelfde, maar dat is meer een totaalplaatje dat hij ten volste uitdraagt. Maar iemand als Tom Waits bijvoorbeeld, die weet net iets te goed wat hij aan het doen is. Ik vind hem te slick.”
Bob Dylan wordt vaak genoemd als het gaat over Lucky Fonz III. Daar is hij wel klaar mee, zo blijkt uit ons gesprek. “Ik heb hem heel lang en intensief bestudeerd, en het is misschien een soort vadermoord, maar Dylan is tot een soort totaalcultuur verworden. Zijn oeuvre is zo groot en zo algemeen dat het in zekere zin vrijblijvend geworden is, je stopt er iets in en er komt altijd iets bruikbaars uit. Dylan is een universeel toepasbaar instituut, een makkelijke inspiratiebron voor alles.”

In huize Lucky Fonz III liggen overal CD’s en boeken. Veel over muziek, veel Engelse literatuur. Nederlandse literatuur ligt er ook, vooral Slauerhoff blijkt favoriet. “Hij was scheepsarts op van die cruiseschepen. Daar is nooit iemand ziek natuurlijk, volgens mij liep die Slauerhoff de hele dag alleen maar rijke vrouwen te versieren. Uit de foto’s in dit boek (Slauerhoff in zelfbeelden van Etto Krijger, red.) spreekt een soort vervlogen romantiek, daar houd ik wel van. Slauerhoff trok de wereld in en beleefde avonturen. Dat doe ik eigenlijk ook. Daarom ben ik zo blij om muzikant te zijn, het is zo’n beetje het laatste beroep waarbij dat nog kan. Muzikanten zijn de laatste nomaden.” Het beeld van Slauerhoff dat Lucky Fonz III hier schetst lijkt door de foto’s in het boek te worden bevestigd. Veel foto’s van Slauerhoff met ‘een onbekende Roemeense schone’, ‘een onbekende Russische vrouw’ en zo meer. “Hij is gewoon met een danseres getrouwd, Darja Collin. Zo goed vind ik dat.” Ineens lijkt hij afgeleid. “Wacht, er moet nog ergens een naaktfoto van haar in dit boek staan.”

Een andere auteur die hij bewondert is Franca Treur. “Ik vind Dorsvloer vol confetti echt een prachtig boek. Het is heel goed geschreven, heel bedachtzaam. Het taalgebruik is heel rijk, zonder dat het overdreven wordt. Dat vind ik mooi aan een boek, dat er zorgvuldig naar de taal is gekeken. Ik heb net Eats, Shoots & Leaves van Lynne Truss gelezen, een erg grappig boek over punctuatie. Dat vind ik mooi, punctuatie, en belangrijk ook. Het valt niet op, maar als het slecht gedaan wordt heb je dat wel door. Een goede schrijver weet waar zijn komma’s staan. Longfellow zei: “In the elder days of art / Builders wrought with greatest care / Each minute and unseen part / For the gods see everywhere.” Dat vind ik een mooie gedachte. Een schrijver die als een slaaf loopt te werken aan iets dat niemand opvalt.”

Op tafel staat een fles appelsap. “Eerlijk sap. Wat betekent dat eigenlijk? Ik wil naar de winkel kunnen gaan en zeggen: Eerlijk sap? Ik wil weer gewoon leugenachtig sap net als vroeger. Zo’n onzin, reclame doet dat voortdurend. De taal wordt misbruikt voor iets commercieels en dat vind ik zonde. Reclame gaat op die manier aan de haal met een esthetiek die ook voor betere dingen gebruikt kan worden. Neem nou iemand als De Sade. Je kan het vreselijk vinden wat hij schrijft, maar hij probeert ons tenminste geen appelsap te verkopen. Dan is zoiets verrots uiteindelijk nog eerlijker dan die fles sap.”

Lucky Fonz III vraagt of het niet bijna tijd is voor een foto. “Ik ga eerst mijn haar doen.” Hij verdwijnt richting badkamer en komt na een paar minuten terug. Hij ziet er ogenschijnlijk hetzelfde uit als toen hij verdween. “Zo, nu mogen jullie foto’s maken. Ik ga aan de piano zitten, dat is leuk. Zal ik een liedje van de Beatles spelen?” We staan een poosje samen te zingen, dit is werkelijk een heel gezellig ontbijt. “‘Help!’ vind ik zo’n goed nummer. Er zit heel veel energie in, maar je weet niet precies waarom. Tot je er als muzikant naar gaat kijken, dan vallen je al die dingen op die ze er in hebben gestopt om het zoveel vaart te geven, bijvoorbeeld dat het meteen begint, zonder intro. Als ze een keer een paar seconden hun mond houden komt er meteen een gitaar. Dat is eigenlijk net hetzelfde als met die interpunctie, het zijn kleine dingen die eigenlijk niemand opvallen maar die uiteindelijk heel veel betekenen voor het resultaat.”

Als de foto’s gemaakt zijn pakt hij een CD van Kempi. Die blijkt een nummer met Lucky Fonz III en zijn band De Felle Kleuren te hebben gemaakt. Een vrolijk en behoorlijk lief nummer, dat naadloos aansluit op het vroege lenteweer. “Niemand op de wereld heeft precies dezelfde muziekcollectie als ik. Heb je daar wel eens over nagedacht? Niemand heeft precies dezelfde invloeden als iemand anders, dus eigenlijk ben je sowieso authentiek. Ik maak me nooit druk om authenticiteit. Het probleem vind ik dat authenticiteit en originaliteit bezoedelde begrippen zijn geworden, ze worden te pas en te onpas gebruikt. Ik denk er nooit over na. Als je je niet druk maakt over de originaliteit of authenticiteit van wat je aan het doen bent, dan pas ben je het. Op het moment dat je over authenticiteit na gaat denken is het sowieso niet meer authentiek wat je doet.”

Aan het eind van ons gesprek laat Lucky Fonz III zijn pinpas zien. Er staat een foto op geprint van hemzelf met zijn idool Armand. “Dat vind ik echt een geweldige vent. We zaten een keer samen te praten en hij vertelde dat muzikanten heel belangrijk werk doen. “De wereld is vergeetachtig,” zei hij, “alles wat op maandag wordt verteld is op dinsdag weer vergeten en moet woensdag opnieuw verteld worden.” Daarom maakt het ook niet uit of iets wat jij doet ooit al eens door iemand anders gedaan is of niet. Alles is al gedaan. Maar het moet steeds opnieuw verteld worden.”

Gepubliceerd door Sanne van Kempen - 1 november 2012, 11:42

tags: ,

reageren