Mei is een rare maand

Claudia Zeller

Mei is een rare maand. Hij begint met de Dag van de Arbeid. In andere landen hult men zich op deze dag in een op het socialisme geïnspireerde vlag. Hier ligt iedereen lekker uit te brakken. ‘Mei’ is echter ook de naam van een studentenpartij. Ik heb nooit begrepen waarom een studentenpartij de naam van een maand kan opeisen. En waarom ‘mei’ mei heet en niet december, of oktober. Goed, October is de naam van een academisch tijdschrift met een activistisch programma, dus die is al vergeven. Maar voor de rest lijkt de keuze uit de elf resterende maanden vrij arbitrair.

De woordgrap ‘kies mei’ of, in de taalkundig-fonetisch correcte vorm ‘stem op mei’ is iets waar zelfs eerstejaars niet om kunnen gniffelen, verder is de relatie tussen verse jus, appels en mei mij niet helemaal duidelijk. Pas deze week besefte ik dat ‘mei’ waarschijnlijk ‘mei’ heet en niet december, omdat de verkiezingen voor de CSR en de FSR toevallig in deze maand plaatsvinden. Daar kwam ik achter toen ik op de lift stond te wachten. In de Muurkrant van de Humaniora presenteren de lijsttrekkers van de drie studentenpartijen (mei dus, UvASociaal en Ons) hun programma. En van de lijsttrekkers heeft het over ‘studeerbaarheid’. Die wil hij vergroten. Dit woord trok mijn aandacht.

Een gek iets, die studeerbaarheid. Ten eerste wekt het associaties met een aanverwante term die de laatste jaren erg in zwang is: leefbaarheid. Deze term is dusdanig ingeburgerd dat ik me niet eens verbaas wanneer ik in de krant een statistiek over de leefbaarheid van Amsterdamse wijken zie. Dat bijvoorbeeld de Jordaan leefbaarder is dan de Bijlmer lijkt me meer dan aannemelijk, dat weten zelfs eerstejaars.
Maar ‘studeerbaarheid’? C’est quoi ça? Ten eerste klinkt het natuurlijk ontzettend hip. De lijsttrekker mikt vast op het voorzitterschap van de jongerenorganisatie van een of andere politieke partij. Zijn lijsttrekkerschap bij een studentenpartij is alvast een goede oefening in het kunstje van bestuurderstaal.

Elk jaar horen we opnieuw, in de wandelgangen, in de kantine of van de kandidaten zelf, dat de studentenraadsverkiezingen een farce zijn. Dat is echter niet de schuld van de UvA. Aan de Sorbonne strijden de studentenraden voor een extra magnetron in de kantine, de plaatsing ervan vieren ze als grote overwinning. Alsof er ergens op een stoffig kantoortje een kwaadwillige monsieur zit die niets van magnetrons moet hebben. Aan de UvA praat men vaagjes over medezeggenschap en studeerbaarheid. Medezeggenschap is een mooi streven. We koesteren graag de illusie dat de universiteit een enigszins democratisch instituut is. Dat moet vooral niet veranderen.

Toch is ‘studeerbaarheid’ iets anders dan ‘leefbaarheid’. Wanneer het ergens goed toeven is, als je er lekker biertjes kunt drinken en ’s nachts niet te veel last hebt van je buren, dan woon je in een ‘leefbare wijk’. Er is vast ook ergens een leefbaarheidsnorm vastgesteld, die wordt bepaald op basis van verschillende leefbaarheidsfactoren. Daar zijn dan weer tabelletjes voor, kleurige overzichtjes en misschien wel een grafiek. Maar wat is ‘studeerbaar’? Bevind ik me in een studeerbare omgeving? Hooguit in een bestudeerbare omgeving. ‘De context bestuderen’ is bij uitstek een zinsnede die vaak door geesteswetenschappers wordt gebezigd. Als in: ‘Je moet ook de context bestuderen.’
Op basis van voorafgaande overwegingen wil ik poneren dat studeerbaarheid een volledig leeg woord is. Dat de bestuurderstaal zo vergroeid is geraakt met het discours van de studentenpartijen is op zich al een kwalijke zaak, maar dat is nog tot daar aan toe. Het probleem is dat ik de UvA in de maand mei als minder ‘studeerbare’ omgeving ervaar, en dat juist door de aanwezigheid van diegenen die claimen ‘studeerbaarheid’ hoog in hun vaandel te hebben staan.

Maar misschien heb ik het mis. Ik zal even naar ze toelopen, een roze koek eten en een kopje koffie met ze drinken en terloops bestuderen hoe dat nou zit met die studeerbaarheid. Leuk kunstje lijkt me dat.

Gepubliceerd door Sanne van Kempen - 18 mei 2013, 10:59

tags: , ,

reageren


Printen

Elko Born/ doorgeefcolumn

Thuis heb ik een printer, maar mijn inktcartridges zijn altijd leeg. Daarom ga ik zelfs op collegevrije dagen wel eens naar het P.C. Hoofthuis. Dat papierwerk dat er tijdens zo’n studie doorheen gaat, dat is geen sinecure.


Soms ga ik dan ook nog even voor de deur staan, koffie drinken. Gezellig, denk ik dan, ook al kom ik nooit iemand tegen. 


Laatst stond ik daar in mijn eentje toen er een meisje op me af stapte. ‘Wil jij een socialisme-krant?’, vroeg ze. 


Ik zei: ‘Ik heb niets met het socialisme, ik ben anarchist.’


Ik zei maar wat.


‘Nou,’ zei het meisje, ‘dat komt mooi uit. Anarchisme heeft veel gemeen met het socialisme.’


Ik snapte niet wat geen overheid gemeen had met veel overheid. Ik zei: ‘Ik wil het er niet over hebben.’ Toen keek ik naar de grond.


Sommigen komen van de universiteit met een droom en intellectuele bagage. Anderen met een gebroken geest en een hoop schulden. Combinaties kom je ook wel eens tegen, maar dergelijke gevallen komen vaak pas later aan het licht.


‘Nou zeg,’ zei het meisje, en toen tegen een andere socialist: ‘Wat ik net had…dat kon echt niet.’


Als idealist wil je natuurlijk geen blauwtje lopen.


In de bibliotheek mocht ik geen cola drinken. Toen ik weer naar buiten liep, stond het meisje met een groepje andere studenten te discussiëren. Eén van die studenten zei: ‘Ik vind, dat als je ergens hard voor hebt gewerkt, dat je dan best meer geld mag verdienen,’ en even later: ‘Die mensen die veel verdienen, die zullen ook wel veel diploma’s hebben.’


Wat de geschiedenis al bewezen had, werd voor het P.C. Hoofthuis nog eens geverifieerd: de klassenstrijd is te hoog gegrepen.


De vijanden van de universiteit heten niet Rutte of Wilders. Ze heten Tim, Lisa, Jantje, Pietje. Tijdens het plassen staan ze naast u. Op de derde verdieping van het P.C. Hoofthuis bestellen ze tosti’s. Ze zijn overal. Willen we van ze winnen, dan moeten we dat bildungsideaal maar overboord gooien.


Naar het P.C. Hoofthuis komen om college te volgen of om te printen. Verder met niemand praten. 


Gepubliceerd door Sanne van Kempen - 19 november 2012, 22:12

tags: , ,

reageren