Rauw en hedendaags

Claudia Zeller

Daar ligt hij dan eindelijk, de ‘langverwachte debuutbundel’, zo vermeldt de flaptekst, van de ‘Winnaar NK Poetry Slam 2014’, aldus de glimmende sticker die prominent op de voorkant prijkt. Ik heb het natuurlijk over Crowdsurfen op laag water van niemand anders dan Daniël Vis. Of op papier of in het echt, voor de oplettende lezer en trouwe bezoeker van de Absintfeesten is Daniël Vis allesbehalve een onbekende. Naast optredens tijdens zowel de lancering als het verjaardagsfeestje van Absint waar Daniël Vis in levenden lijve aanwezig was, stond hij met maar liefst drie gedichten in Absint, waarvan twee in het allereerste nummer, en eentje in het jubileumnummer. Tot nu toe, bijdragen van redacteuren niet meegerekend, een ongekend record. Twee van de in Absint gepubliceerde gedichten zijn, zij het in (licht) gewijzigde vorm, terug te vinden in Crowdsurfen op laag water.
De poëzie van Vis is rauw en hedendaags. Alles is zo feitelijk mogelijk: ‘Ik tel de knoppen op de afstandsbediening van de tv./ik wil berekenen hoeveel unieke combinaties je kan maken.’ In de terminologie van de promotieafdeling van Prometheus heet dat ‘Tarantino-achtig’, een bijvoeglijk naamwoord dat me, ook in mijn hoedanigheid van liefhebber van de Franse Nouvelle Vague, niet meteen kan bekoren. Toch kan ik me er iets bij voorstellen. Het lyrische subject keert de blik naar buiten en beschrijft nauwkeurig zijn verhouding tot de wereld: ‘bij de kassa staat een man met een t-shirt/waarop staat: armed and dangerous.//hij heeft een boodschappenmandje vast.//hij zet netjes een balkje op de band./ik zet netjes een balkje op de band.//ik heb geen t-shirts met opdruk.’
Wat daarbij opvalt, is de steeds terugkerende afstand tussen de ik en de wereld. Die afstand manifesteert zich op verschillende manieren, ook op stilistisch niveau. Kale strofes van meestal niet meer dan twee regels die ophouden met een punt, gevolgd door een witregel; of strofes van slechts één regel waarin het lyrisch subject cynisch commentaar lijkt te leveren op de door hem geobserveerde werkelijkheid. In alledaagse scènes, wars van metaforen, toont Vis steeds opnieuw de onoverbrugbare tussenmenselijke afstand in een haast existentieel eenzame wereld. Of in de supermarkt, op het schoolplein, achter de computer of aan tafel, steeds mislukt het om daadwerkelijk contact te maken. Mensen, en vooral kinderen, zijn wreed, lijkt Vis te willen zeggen, maar ze doen het heus niet expres: ‘de buurkinderen slaan elkaar/de hersens in/met een kinderbijbel.’
‘Een jonge dichter met een grote mond’, zo typeerde Menno Wigman het werk van Daniël Vis. Maar naast een grote mond heeft Daniël Vis vooral ook een scherpe blik, en dito pen. Een pen die niet aan de oppervlakte blijft krassen. Seks in alle soorten en maten is een van de onderwerpen die steeds terugkomen. Zo wordt bijvoorbeeld het verlangen naar lichamelijk contact in een anonieme, digitale wereld op allerlei manieren ontleed, maar de beschrijvingen van seksueel contact, virtueel of niet, blijven onderkoeld en beperken zich tot de kale feiten.
Ook de grens tussen echt en nep is aan het vervagen. Zo figureren er in de bundel tenminste drie verschillende soorten poppen: een babypop, Ken en Barbie, en een neppop om beademingen op te oefenen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de sinister ogende voorkant, een plaatje van een naakte pop, en een spuit. Eigenlijk vat dit plaatje de debuutbundel van Daniël Vis wel mooi samen: Er is niets teders aan, maar bijna elke regel is raak.

Daniël Vis
Crowdsurfen op laag water
Prometheus
€ 15,00
73 pagina’s
2014
ISBN 9044625519

Gepubliceerd door Lisa van Campenhout - 26 mei 2014, 18:29

tags: , , , ,

reageren