Recensie: Pepijn Lanen - Sjeumig

Ezra Hakze

Een ‘woordkunstenaar’ wordt rapper Pepijn Lanen (vooral bekend als ‘Faberyayo’ van de Jeugd van Tegenwoordig) weleens genoemd door extatische muziekrecensenten. Straattaal en creatieve vondsten strijden dan ook om de voorrang in zijn rapteksten. Zo kwam hij ooit op de proppen met het begrip ‘solonaise’, wat zoveel betekent als een eenzaam feestje. Het woord ‘sjembek’, ook een creatie van zijn hand, hoort tot een van mijn favoriete beledigingen (al ben ik er nooit achter gekomen wat het nou precies betekent).
De vraag is of de talenten van Lanen ook standhouden in de literatuur. Sjeumig is zijn verhalendebuut, en door zijn achtergrond roept het meteen al hoge verwachtingen op. De uitgever maakt het op de zijflap van het boek wel erg bont: Sjeumig zou een ‘nieuwe stroming in de Nederlandse letteren’ aankondigen. Kom kom.

Het decor waarvoor Lanen kiest is zeldzaam in volwassenenliteratuur. Dieren en fabelfiguren vertolken veelal de hoofdpersonen, en begeven zich in de arena van moderne sprookjes. Je leest over scheldende kabouters en bevers, een prinses in een glas bier, en een aap die patent probeert aan te vragen en in een vinexwijk woont. De werkelijkheid wordt een hak gezet, en Faberyayo heeft duidelijk zijn best gedaan het allemaal zo geinig mogelijk op te schrijven. Regelmatig komt hij met een leuke vondst, die zo op het prikbord kan. Seks is een ‘vleesdans’ en herten kauwen op ‘exquise groen gras uit een heel goed jaar’. Het personage ‘de Rechtvaardige Schoffant’ strooit met beledigingen als ‘je stinkt uit je ziel!’.

Gedurende het boek helt Lanen echter steeds naar het randje van het aanvaardbare. Dwaze personages en wendingen komen steeds terug en worden voorspelbaar. De afloop van de verhalen herhaalt zich. Vaak wordt er uiteindelijk ‘een oogbal uit zijn kas geworsteld’, een hoofd van een romp afgetrokken of gesmeten met glaswerk. Hierdoor worden de verhalen inhoudelijk wat mager. Stilistisch valt Lanen soms ook door de mand, vooral wanneer hij zijn spierballen wil laten zien. Dit resulteert in tamelijk ongrammaticale, overbodige zinnen: ‘Er bestonden waterlichamen die benamingen als ‘beekjes, ‘stromen’, ‘rivieren’, en zelfs ‘stuwmeren’ droegen, die exact niets op hem hadden, als het aankwam op het zijn van nat, of het bevatten van watervocht.’ Het komt allemaal wat onbeholpen over, en maakt dat de lezer er steeds aan herinnerd wordt dat Sjeumig Lanens schrijversdebuut is.

Een aantal verhalen springen er inhoudelijk uit, en bij deze verhalen komt ook Lanens stijl beter tot zijn recht. Dit zijn bij uitstek de realistische verhalen, over een kantoorklerk, een meisje met een kater, of een one night stand. Hier weet Lanen de pijn en ironie van deze personages goed te tonen. Zijn groteske stijl is zo een goede aanvulling. Soms doet hij zelfs denken aan de jonge Grunberg: ‘Het regende net iets te hard om op de fiets te stappen, en bovendien had Marie-Claire een jas aangetrokken die er wel leuk uitzag maar op geen enkele manier waterdicht was. ‘Het leven is niet waterdicht’ spookte als zin door haar hoofd, zonder dat ze daar per se wijzer van werd.’ Even stilistisch als ironisch weet hij over de landerigheid van eigen generatie te schrijven, en je vraagt je af waarom Lanen steeds voor kabouters in de hoofdrol kiest als de werkelijkheid ook toereikend is. Het is tenslotte beter te lachen om iets wat ook nog hout snijdt. In de meeste verhalen van Pepijn Lanen zijn de kekke, grofgebekte fabelfiguren niet onontbeerlijk, maar voornamelijk een schreeuwerige factor die de urgentie van het verhaal doet kelderen. Juist wanneer Lanen de handrem inhoudt, komt hij tot zijn recht.

Waarom de uitgever niet even heeft gewacht met publiceren is me een raadsel. Waarom ze het nalaten de paar ongrammaticale zinnen te verbeteren, eveneens. Het lijkt wel alsof Sjeumig nog in de kinderschoenen stond toen hij naar de drukker ging. De potentie is er, en de creativiteit en taalgevoeligheid van Lanen beloofden dat dit een heel aardig debuut zou worden. Zijn literaire stem moet hij niettemin nog vinden, als je op de variatie in het niveau van zijn verhalen afgaat. Hoe catchy Faberyayo is in zijn muziek, zo omslachtig is hij nu in zijn literatuur. Het geheel wekt de verdenking op zich dat ook de redacteuren van Anthos fans van De Jeugd van Tegenwoordig zijn.

Sjeumig – Pepijn Lanen (A.K.A. Faberyayo)
Anthos, eerste druk november 2013

Gepubliceerd door Ezra Hakze - 27 februari 2014, 21:37

tags: , , ,

reageren