Prof. em. dr. Frans van Eemeren: van ‘zoekende ziel’ tot gerenommeerd professor

Eline de Viet / Absint 1Absint 1

Hij is de grondlegger van de invloedrijke pragma-dialectische benadering van argumentatie en was sinds 1984 hoogleraar aan de UvA. Op 1 april ging Frans van Eemeren met emeritaat. Zijn afscheidscollege vindt plaats op vrijdag 13 mei, om 15.00 uur, in de Lutherse Kerk. Op de dag van het interview treffen we hem aan tussen verhuisdozen vol paperassen. Het vertrek betekent echter nog niet het einde van zijn carrière: ‘Zo lang ik nog fit ben, bij mijn volle verstand en er nog zin in heb zal ik actief blijven binnen mijn vakgebied’.

U heeft Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd aan de UvA. Waarom bent u Nederlands gaan studeren?
‘Mijn studiekeuze heb ik vooral gemaakt omdat ik in Amsterdam wilde studeren. Ik ben opgegroeid in het zuiden van het land en in die tijd was alles nog wat benauwder, provincialer en afgeslotener. Ik wilde naar de grote stad, naar Amsterdam, want daar gebeurde het. Ik wilde leven met een hoofdletter ‘L’! Mijn ouders zagen echter graag dat ik naar de Technische Universiteit in Eindhoven ging, omdat ik goed was in wiskunde. Om toch in Amsterdam te kunnen studeren moest ik dus een studie kiezen die niet in Eindhoven werd aangeboden. De keuze is op Nederlands gevallen omdat ik verwachtte daar meer de diepte in te gaan dan bij een vreemde taal. Ik had ook iets aan de sociale faculteit kunnen gaan studeren, maar voor die vakken had je in tegenstelling tot Nederlands geen gymnasiumdiploma nodig. Ik had net staatsexamen gymnasium gedaan en vond het ook wel weer zonde om dat diploma niet te benutten. Eigenlijk had ik alleen een soort vage, algemene interesse in de Neerlandistiek.’

‘Mijn studiekeuze heb ik vooral gemaakt omdat ik in Amsterdam wilde studeren. Ik wilde leven met een hoofdletter ‘L’!’

Wat voor student was u, eenmaal ‘Levende’ in Amsterdam?
‘Ik was geen ijverige student. Tot aan het kandidaats (de huidige bachelor – red.) was ik vooral bezig met het sluiten van vriendschappen, het hebben van interessante discussies en het bezoeken van cafées. Ik ging wel naar allerlei lezingen, maar ik had de rust niet om stil te zitten studeren. De bibliotheek bezocht ik vooral om medestudenten te ontmoeten en samen koffie te gaan drinken, of een pilsje later op de dag. Als ik de tentamens maar haalde vond ik het wel best. De meeste vakken vond ik ook helemaal niet zo leuk. Ik was geneigd Taalkunde leuker te vinden dan Letterkunde, omdat de docenten me over het algemeen meer aanspraken. Ik heb dan ook mijn doctoraal (de huidige master –red.) in Taalkunde behaald.’

Om hoogleraar te worden is er toch behoorlijk wat ijver nodig. Wanneer sloeg de vonk over?
‘Pas na mijn afstuderen ben ik echt hard gaan werken. Op aanraden van een bekende solliciteerde ik naar de functie van wetenschappelijk medewerker bij de afdeling Taalbeheersing aan de UvA. Ik had nog nooit van Taalbeheersing gehoord – het had niet in mijn pakket gezeten – maar ik werd meteen aangenomen. De functie beviel me goed en na vier jaar werd in wetenschappelijk hoofdmedewerker. Ik gaf onderwijs en deed onderzoek. Taalbeheersing was lange tijd een vak onder de streep geweest, maar men begon steeds meer de maatschappelijke relevantie van het vak in te zien. Het miste echter de theoretische bagage om een vak boven de streep te worden. Samen met mijn toenmalige collega Rob Grootendorst heb ik besloten om daar wat aan te doen.’

‘Taalbeheersing was lange tijd een vak onder de streep geweest. Samen met Rob Grootendorst wilde ik daar wat aan doen.’

Hoe zijn jullie daar in te werk gegaan?
‘Hoewel dat in die tijd voor wetenschappelijk medewerkers niet echt vanzelfsprekend was, besloten we om een proefschrift te schrijven. We ontwikkelden een idee over wat Taalbeheersing zou moeten zijn: het vak moest zich gaan bezighouden met de begrijpelijkheid en de aanvaardbaarheid van teksten. We wilden een vak met een duidelijk profiel en hebben argumentatie als het centrale object gekozen. Dit om twee redenen: ten eerste kan argumentatie vanuit allerlei verschillende perspectieven worden bekeken, bijvoorbeeld vanuit taalkundig, logisch en psychologisch perspectief. Dat interdisciplinaire aspect vonden wij intellectueel gezien interessant en we konden er voorlopig wel mee uit de voeten. De tweede reden was dat argumentatie sociaal relevant is. We hadden hoogdravende ideeën over democratie: iedereen moest volgens ons in staat zijn om zijn mening goed te kunnen uiten. Die ideeën heb ik overigens nog steeds. Niet alle collega’s uit het vakgebied waren het met ons eens, maar onze vakomschrijving werd door de decaan geaccepteerd. Voor ons proefschrift, ‘Regels voor kritische discussies’, was veel belangstelling, ook in andere Europese landen en in Amerika. Uiteindelijk hebben we een heel onderzoeksprogramma ontwikkeld. We stelden een ideaalmodel voor een kritische discussie op, waarvan we de deugdelijkheid hebben aangetoond doordat alle drogredenen door de discussieregels uitgesloten konden worden. Het volgende project was om de stap tussen de empirische werkelijkheid en het model te gaan uitduiden: het reconstrueren van argumentatieve teksten aan de hand van het ideaalmodel. In mijn verdere loopbaan heb ik veel onderzoek gedaan en heb ik vele boeken geschreven, vaak in samenwerking met anderen. Die boeken zijn allemaal succesvol geworden en in vele talen vertaald.’

Houdt het succes u ijverig?
‘Natuurlijk is het leuk om succes te hebben, al heb ik publiek succes altijd afgehouden. Ik wil geen televisieprofessor worden. Met een vak als argumentatie word je namelijk al gauw een soort scheidsrechter die overal bij wordt gehaald, en dat leek me niet goed voor het vak. Succes in de academische wereld daarentegen vind ik wel erg leuk: het is een eer om bekroond te worden en prijzen te krijgen. Ik doe het er uiteraard niet voor, maar het zijn leuke bijkomstigheden. Het stimuleert me wel om door te gaan in mijn vakgebied, ook na mijn emeritaat. In mijn niet-ijverige tijd was ik meer zoekend, een zoekende ziel. Toen ik eenmaal gevonden had wat ik leuk vind om te doen was dat fantastisch. Door mijn werk heb ik mooie dingen meegemaakt, zoals de vele reizen en het ontmoeten van interessante mensen.’

‘Ik wil geen televisieprofessor worden. Met een vak als argumentatie word je al gauw een soort scheidsrechter die overal wordt bijgehaald.’

U heeft een eredoctoraat ontvangen van de universiteit van Lugano. Waarom heeft de universiteit van Lugano besloten u deze speciale onderscheiding toe te kennen?
‘Ten eerste vanwege het ontwikkelen van de pragma-dialectische argumentatietheorie, die in Lugano wordt gebruikt en wordt bewonderd. Ten tweede omdat ik veel projecten in samenwerking met de universiteit van Lugano heb gedaan. Bijvoorbeeld het jaarlijkse Amsterdam-Lugano Colloquium, waarbij de staf en de promovendi van beide universiteiten samenkomen en lezingen houden. Ook ben ik medeoprichter van het project Argupolis, een project voor promovendi dat zich bezighoudt met argumentatie in juridische, medische, academische en politieke context. Het is een leuk project omdat promovendi uit verschillende landen elkaar daar ontmoeten.’

Heeft u een favoriete drogreden?
‘Ik heb niet zozeer een favoriete drogreden, maar ik vind drogredenen waarvan de drogredelijkheid niet gauw wordt ingezien wel extra interessant. Een voorbeeld daarvan is tu quoque, bijvoorbeeld: ‘je rookt toch zelf ook papa’. Veel mensen vinden dat redelijk, en daar kan je je wel iets bij voorstellen. Er lopen verschillende normen- en waardensystemen door elkaar, en dat vind ik leuk. Wij als argumentatietheoretici kijken naar wat helpt om een verschil van mening op zijn merites op te lossen, maar dat zijn natuurlijk niet de enige normen.’

Wat gaat er nu gebeuren met de leegte die u achterlaat in de leerstoelgroep?
‘Ik had gehoopt dat er snel een opvolger gevonden zou worden, maar er is jammer genoeg geen overeenstemming bereikt. Francisca Snoeck Henckemans wordt nu voorzitter van de leerstoelgroep en neemt op die manier een deel van mijn functies over. Als zij dat goed doet is ze een voor de hand liggende kandidaat om hoogleraar te worden. Ik zou het leuk vinden als zij dat zou doen, want ze is een goede onderzoeker en een goed pragma-dialecticus. Ik heb alle vertrouwen in haar. Ook in de staf heb ik veel vertrouwen, ze zijn competent en hebben altijd goed met elkaar samengewerkt. Het wetenschappelijk werk is natuurlijk niet alleen aan Amsterdam gebonden. Ik hoop dat er in de rest van de wereld ook wordt doorgegaan met de pragma-dialectiek, want daar geloof ik natuurlijk in.’

‘Ik hoop dat er in de rest van de wereld ook wordt doorgegaan met de pragma-dialectiek, want daar geloof ik natuurlijk in.’

En wat gaat u zelf de komende tijd doen?
‘Ik ga echt helemaal weg van de UvA; ik blijf niet in mijn kamertje zitten om vanaf de achterbank mee te sturen. Andere mensen moeten nu de kans krijgen om hun eigen weg te gaan. Het is voor mij ook beter om het niet allemaal in de gaten de blijven houden, ik ben er zo mee vergroeid. Zo lang ik nog bij mijn volle verstand blijf, fit genoeg ben en er zin in heb zal ik echter nog wel doorgaan met onderzoek en andere activiteiten. Ik ben niet iemand die altijd al de ambitie heeft gehad om na zijn pensioen vogels te gaan bestuderen of iets dergelijks. Met Bart Garssen zal ik verdergaan met onderzoek naar ‘strategisch manoeuvreren’ (wat mensen doen als ze retorische middelen en goede argumenten met elkaar mengen – red.) in het Europees Parlement. Ook werk ik mee aan twee vaktijdschriften: ik ben hoofdredacteur van het leidende vaktijdschrift Argumentation en ik ben bezig met het nieuwe tijdschrift Journal of Argumentation in Context. Verder ben ik bezig met twee internationale boekenreeksen en een Engelstalig handboek. Daarnaast zal ik nog veel in samenwerking blijven doen met Lugano, heb ik nog tal van conferenties en geef de komende tijd ook keynote speeches, onder andere in China en Colombia. Genoeg dus om me de komende tijd mee bezig te houden.’

‘Ik blijf niet in mijn kamertje zitten om vanaf de achterbank mee te sturen. Andere mensen moeten nu de kans krijgen om hun eigen weg te gaan.’

Gepubliceerd door Sanne van Kempen - 24 april 2012, 14:12

tags: , , , , ,

reageren