Studiedeformatie

Sietske van der Veen

Beroepsdeformatie, dat is iets voor ouwe mannetjes en vrouwtjes. Professiefanatici die na veertig jaar hun bilafdruk wel hebben achtergelaten in hun vaste bureaustoel – mensen die zaniken over werk op momenten dat anderen van hun vrijaf willen genieten. Toch? Nee, beroepsdeformatie is ook voor mij dagelijkse kost. Al zou ‘studiedeformatie’ een adequatere term zijn.

Want als studente Taal en communicatie, net redacteur-af bij Babel en nu kersvers eindredacteur bij Absint, kan ik geen tekst meer normaal lezen. Niet dat ik er met een stofkam doorheen ga. Of dat ik wil mierenneuken op elke slordigheidsfout. Ja, foutjes in zinsbouw, spelling en interpunctie vormen soms kleine hinderlijkheden voor mijn leesplezier. Maar het voornaamste is dat ik doorzie wat de trucs zijn. En dat is, hoewel misschien een beetje nerdy, best leuk. Met het zien waar het goed of mis ging met de bedoeling van de schrijver ben je de leek net een stapje voor.

Ergens is het een beetje jammer. Dat reclamefoefjes en voorspelbare concepten niet aan mij besteed zijn, is niet zo erg. Maar het verrassingseffect van een tekst blijft vaak ook achterwege. Een goede recensie, een grappige column of een sterk interview sleept me nu minder mee dan drie jaar geleden, omdat ik tijdens het lezen naast vermaakt te worden eveneens een soort leereffect ervaar – ah, dat is mooi gedáán.

Studiedeformatie als fenomeen dus, ach ja. Al die mensen die al eeuwen verstokt zitten in hun beroepsleven hebben maar mooi wel iets waar ze trots op kunnen zijn. Iets dat van hén is. En dat werkt voor een (eind)redacteur precies hetzelfde. Het is als mens toch eigenlijk geweldig om iets te hebben dat je kunt bewonderen – of iets om lekker over te kunnen zeuren, natuurlijk.

Gepubliceerd door Yves Otten - 27 november 2012, 13:47

tags: ,

reageren