De doortrapte onschuld van taalfouten

Stephanie Heijtel

Taalfouten zijn leuk. Als ik mijn eigen Facebook-startpagina als graadmeter mag gebruiken – en dat doe ik dan maar even voor het gemak – zie ik dagelijks voorbeelden van foutieve samenstellingen, zinsconstructies of klassieke spelfouten langskomen die mijn vrienden ‘leuk vinden’. Ik kan ze meestal geen ongelijk geven. Als een oproep om vrijwilligerswerk te doen verhaspeld wordt tot “kook vrijwilliger voor dementerende ouderen” krullen mijn mondhoeken om. Idem voor een snackbar waar “Nazischijven” op de menukaart staan. En van een oproep in een kinderboek om “nooit een Aziaat recht in de ogen te kijken. Het is beleefder om ze neer te slaan” word ik al helemaal vrolijk.

Eén vriendin van mij heeft zelfs een speciale hashtag in het leven geroepen om de pareltjes die ze met regelmaat uit de Metro en Spits vist op social media te kunnen delen: #JohnEwbankklustbij. Nu we er toch even bij stil staan; wat is dat met hashtags?! Dat je ineens woorden aan elkaar mag plakken als je dat teken ervoor zet. Hebben we hier te maken met een nieuw soort koppelteken? Op zich wel praktisch, want je hoeft er een stuk minder van te gebruiken. In bovenstaand voorbeeld heb je bijvoorbeeld al mooi twee stuks kunnen besparen!

Terug naar de taalfouten. De kern van hun populariteit zit denk ik in een soort vertederende onbeholpenheid. Ik kan mij nog herinneren dat ik naar het, overigens zwaar onderschatte, televisieprogramma Ik Vertrek keek. Een jong koppel emigreerde naar Griekenland (“hier zie je allemaal slecht nieuws op tv, daar kan je het tenminste niet verstaan…!”) om een lunchzaak te beginnen. Bij het opstellen van de menukaart ontstaken de twee in een fikse discussie over de juiste spelling van het woord ‘champignon’. Nadat varianten als ‘sjampion’, ‘campion’ en ‘shampiejon’ voorbij waren gekomen, besloot de vrouw er toch maar het woordenboek op na te slaan. Ik was diep geroerd.

Met andermans gestuntel met taal gaat, zo vermoed ik, een zekere opluchting gepaard: “zie je wel, ik ben niet de enige die het Groene Boekje niet tot in het diepst van zijn wezen beheerst”. Er zijn altijd nog mensen die het slechter doen. En (hahahaha) écht domme fouten maken.

En daarmee trekken we natuurlijk weer veel te makkelijk conclusies. Zoals je ook op Nu.nl of AT5.nl echt niet boos op het nieuws kunt reageren zonder daar bewust een aantal taalfouten bij te maken (anders gelooft tenslotte niemand dat het echt is), zo geloof ik ook niet dat die onschuldig ogende taalfouten altijd zonder intenties zijn.

Ik liep zelf laatst langs een ietwat louche ogende telefoonzaak en zag daar achter het raam een bordje staan waarop geclaimd werd dat het laten repareren van je telefoon in deze zaak veertig procent goedkoper zou zijn dan “in de winkel”. Mijn eerste reactie was de vertederde glimlach: “maar wat ben je zélf dan”. Mijn tweede reactie was om de winkel binnen te stappen om aan de hand van een snobistisch exponentieel verband aan te tonen dat ik nóg gul zou zijn als ik ze een luttele euro zou aanbieden voor hun diensten. Inmiddels is mijn telefoon kapot en overweeg ik hem daar te laten repareren. Als je zulke taalfouten maakt, moet je tenslotte ook wel goedkoop zijn.

Zijn ze me verdorie weer te slim af geweest.

Gepubliceerd door Lisa van Campenhout - 21 april 2014, 10:41

tags: , ,

reageren